De Langste Nacht: “We gingen op de vijand af. Gevechtcontact was zeker”

Boekfragment “leiderschap onder vuur’ van kapitein Marco Kroon:

‘These mist covered mountains Are a home now for me But my home is the lowlands And always will be’ Uit: Brothers In Arms, Dire Straits (1985)

De langste nacht

Het was 12 juli 2006, de laatste opdracht voor ons Viper-peloton in de Chora-vallei, Afghanistan. Ons doel: het creëren van freedom of movement. Maandenlang hadden we samen met het AUSSAS-peloton, onze Australische collega’s, verkenningen uitgevoerd en High Value Targets gelokaliseerd. Waar zat de vijand, met hoeveel en hoe sterk was ze? Het terrein was bergachtig, met begroeiing langs de beken. Muurtjes, trappetjes, huisjes en hutjes waren opgetrokken uit dezelfde klei waarop we stonden; het was een Efteling-gebied zonder sprookjes. We kenden dit terrein minder goed dan onze tegenstanders. Bij al onze operaties gingen we steeds voorzichtig voorwaarts, van dorp naar dorp, tot we op de vijand stuitten. Of beter gezegd, zij op ons, want we waren niet uit op contact. Zodra we werden aangevallen was het zaak om zo snel en zo goed mogelijk het gevecht af te breken, veilig terug te keren naar kamp en onze bevindingen aan het hoger echelon te rapporteren.

Deze operatie, Operatie Chitag, zou anders zijn. Als een speerpunt zouden we door de vijandelijke linies trekken, kinetisch erin gaan. De volgende ochtend haalde een grotere groep ons dan in een soort rupsbeweging in. We gingen op de vijand af. Gevechtcontact was zeker. De operatie was zorgvuldig voorbereid, de juiste nacht was uitgekozen. Hoe goed alles ook leek te zijn doorgenomen, een ding wisten we niet: of we met z’n allen zouden terugkomen. De mannen beseften dat. Kort voor vertrek keken we naar een compilatie van beelden uit eerdere missies en luisterden we naar Brothers in Arms, van Dire Straits. Het was een afscheid. Freedom of movement creëren was weliswaar ons doel, maar zonder woorden stelden we ons er nog een: thuiskomen. We keken elkaar in de ogen, drukten elkaars hand. Toen, zwijgend, liepen we naar de auto’s.

Het dorp Chora, the white compound, was ons verzamelpunt. We kenden deze plek goed, want het was al vaker bevochten. Vanuit hier zouden we vertrekken. Ons einddoel lag vervolgens nog twintig kilometer dieper in vijandelijk gebied. We zaten tegen de avondschemer en wachtten tot het nacht werd. Iedereen rustte uit voor de actie en ging slapen op de klei. Mij lukte het niet. De adrenaline pompte te hard en steeds weer ging ik in mijn hoofd na of ik aan alles had gedacht en alle risico’s had afgedekt. Een groot deel van mijn denken bestond uit piekeren. Was de beslissing juist om te voet te gaan? Waren de voorraden goed verdeeld, was het terrein afdoende ingeprent? Het was per slot van rekening onbekend guerrillaterrein. Om mijn gedachten stop te zetten, stond ik op en maakte nog één keer een foto van de slapende mannen.

 

Een gedachte over “De Langste Nacht: “We gingen op de vijand af. Gevechtcontact was zeker”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>